inkoop is/heeft geen functie
Inkopers hebben altijd een aura om zich heen hangen van kostenknijpers en lastigvallers. Allerlei nieuwe inkoop-paradigma-boeken gieten wijn over van oude in nieuwe zakken, en vullen de beurzen van weinig veranderende geesten. Er komt niets nieuws. De zon komt op, schijnt een poosje en gaat weer onder.
Functiescheiding en andere controlemechanismen hebben ‘inkoop’ hoog te paard gerezen. Daar zit koning inkoop nu, lachend en brallend in grote logge (overheids-)organisaties. Lachend en brallend en zeker niet in staat om de klanttevredenheid over zijn eigen functioneren naar een acceptabel niveau te tillen. Lees de reacties op de vele discussies over dit onderwerp en lach er om.
En regeert koning inkoop nu over alle organisaties? Nee, want in een uithoek die gevormd wordt door kleine, sterke organisaties krijgt de koning geen voet aan de grond.
Hoe komt dat?
Een organisatie die werkelijk oog heeft voor eigen doel, richting en identiteit bestaat niet, omdat er (vrijwel?) geen mensen zijn die van zichzelf weten dat ze volledig bewust zijn van hun eigen (levens-)doel, richting en identiteit. Een samengevoegd geheel, een collectief van mensen heeft dat ook niet. Laten we dat eens onder ogen zien. Een sterke en relatief kleine organisatie beschikt namelijk over een toverdrank: identiteit. Vergelijk Philips met Apple. http://bit.ly/acQU1e
Verander de wereld en begin bij je zelf.
Inkopen is geen functie, maar een competentie. Elk mens verwerft middelen om in leven te blijven en ‘koopt in’. Iedereen doet het. Wie beweert er dat inkopen een vak apart is? Dat hebben we er met elkaar van gemaakt!
Elk lid van een organisatie die de verantwoordelijkheid krijgt om namens het geheel middelen (geld) aan te wenden, doet een beroep op die competentie. Als hij (m/v) onderkent dat hij in deze competentie tekort schiet, dan zou het hem sieren als hij dat meldt aan de organisatie voordat er veel schade ontstaat. Op dat moment kan hij geholpen worden door iemand die in ruime mate zelf over de competentie beschikt. Wellicht kan de verantwoordelijke het dan in de toekomst zelf: de lerende organisatie is dan geboren.
Inkoopafdelingen moeten zichzelf overbodig maken door de competentie ‘inkopen’ (zo zij daar al over beschikken….) over te dragen aan de budgetverantwoordelijken. Daarvoor moeten ze wel beschikken over wat didactische vaardigheden, of onderkennen dat ze die niet hebben en dus de overdracht aan anderen over moeten laten… of moeten verwerven.
SAMENWERKEND LEREN is alleen mogelijk als de deelnemers van een organisatie elkaar vertrouwen, kennen en iets gunnen. Jezelf minder achten dan je naaste. Dat vereist moed. Moed is iets anders dan moeten.
Moed om controle over te laten aan het (naar perfectie strevende) geheel, en om vertrouwen te hebben op de (naar optimalisatie strevende) onderdelen. Dan groeit en bloeit een organisatie vol levenskrachtige identiteit in de richting van het doel, waarbij de deelnemers uit overvloed denken, voelen en handelen. Zie het verschil in met de heersende economische paradigma’s die gebaseerd zijn op controle en schaarste.
Gezamenlijkheid en de menselijke maat versterken zowel het korte termijn gewin als het lange termijn perspectief.
Dit geldt in het bijzonder voor het inhuren van professionals. Daarbij speelt prijs meestal geen rol voor de verantwoordelijke opdrachtgever. Hij kan het immers niet zelf? Als het vervullen van de taak (leren leren) en het leveren van het resultaat (versterking van de identiteit) van levensbelang zijn voor de organisatie dan is de waarde van de interim-manager oneindig hoog. Geredeneerd vanuit het schaarsteprincipe zal de prijs voor die interim-manager oneindig hoog mogen zijn. Geredeneerd vanuit het overvloedprincipe zal de interim-manager evenredig delen in de waarde van wat hij de organisatie heeft geleerd en opgebracht. Waardebepaling achteraf is daarvoor een interessant mechanisme waar in de toekomst, na de huidige crisis, veel mee gewerkt zal worden.
De kwaliteit van dienstverlening wordt bepaald door de persoon die de dienst levert, gezien door de ogen van de klant, de verantwoordelijke budgethouder. Als de klant een roze bril op heeft dan is de kwaliteit altijd goed en blijft de professional gewild of ongewild vele jaren als een parasiet hangen in de organisatie. Als de klant van inkoop een zwarte bril opgezet heeft gekregen, dan kan de interimmer niets goeds doen en zijn kommer en kwel aan alle kanten troef.
Als de verantwoordelijke goed weet wat de identiteit is van de organisatie, een duidelijk beeld heeft van doel, taak, rol van de gevraagde ondersteuning om die identiteit te versterken, en de competentie ‘verwerving’ enigszins beheerst, dan is de inkoper compleet overbodig. Tot die tijd doet de inkoper er beter aan om zich als dienaar op te stellen.
Als alle omstandigheden hetzelfde zijn, dan doet iemand liever zaken met vrienden. Als er grote verschillen zijn, dan doet iemand nog steeds liever zaken met vrienden. Vrienden versterken namelijk je identiteit.
Wie zijn de inkopers dat ze dit universele mechanisme verstoren?
Menno Karres, mei 2010