Home Inkoopkennis

SEPP kennisbank

De SEPP kennisbank is ontwikkeld door en voor SEPP'ers en bevat 'state of the art' artikelen op het gebied van inkoop en interim management. De informatie is onderverdeeld in vijf categorieën:

1. Inkoopkennis

2. Inkoopvaardigheden

3. Interim management

4. Best Practices

5. Templates (alleen voor geregistreerde SEPP-leden).

Doel van de SEPP kennisbank is dat SEPP-leden kennis halen en brengen in de SEPP kennisbank. Alleen dan is het mogelijk om SEPP echt te laten werken. Dus ben je SEPP-er deel dan je kennis met andere SEPP'ers !

Kom je een goed artikel tegen, heb je een standaard template ontwikkeld of heb je het ultieme praktijkvoorbeeld, mail dan het bestand (liefst in pdf muv templates in excell/word) naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Je bepaalt zelf of je je informatie alleen toegankelijk wilt maken voor geregistreerde leden.

Het SEPP kennisteam beoordeelt je bijdrage en plaatst deze (indien relevant) op de site.

Nog geen lid maar wel zelfstandig inkoper en wil je ook je kennis en ervaring delen ? registreer je dan eerst.

 

Beter aanbesteden: de eerste zetten bepalen het eindresultaat!

Beter aanbesteden: de eerste zetten bepalen het eindresultaat!

door drs. John Tabbers te Waalre

In het schaakspel zijn de eerste zetten veelal bepalend voor het eindresultaat. Hetzelfde is analoog van toepassing bij het voorbereiden van een aanbesteding. De Stuurgroep Regiotaxi Midden-Brabant weet hierover inmiddels mee te praten, althans zij is met name ervaringsdeskundige hoe je het níet moet aanpakken: een aanbesteding van euro 50 mln in de markt zetten en vervolgens de afgeronde procedure nietig verklaren. Had het ook anders gekund? Zekers en wel als volgt:

 

Bovenstaande casus werd vermeld door PIANOo.nl op 2 augustus 2010. Het bron-bericht in BNdeStem vermeldt: “Er zijn flinke fouten gemaakt in de aanbestedingsprocedure. De stuurgroep ‘Regiotaxi Midden-Brabant’ erkent dat bij monde van een woordvoerder. Onder andere door kritiek en de dreiging van drie keer een kort geding door diverse partijen –uit een totaal van 7 afgewezen partijen!- is de aanbestedingsprocedure nu nader onder de loep genomen.”

 

Een ‘structureringsworkshop’

Deze afloop had voorkomen kunnen worden wanneer de aanbestedingsvoorbereidingen gestart waren met een ‘structureringsworkshop’ gericht op het ontwikkelen van het inkoopconcept en van de bestekstructuur. Normaliter omvat een dergelijke workshop twee bijeenkomsten inclusief een redelijke tussenperiode ter verzameling van informatie en basisgegevens.

 

Leitmotiv voor de eerste bijeenkomst is: wat willen wij (welk inkoopconcept streven wij na) en hoe krijgen wij het voor elkaar (welke bestekstructuur gaan wij hanteren).

Veelal is de vraag “wat willen wij’ te beantwoorden op basis van het inkoopconcept dat ten grondslag lag aan het lopende contract, aangevuld met ergernissen die met een nieuw contract voorkomen moeten worden en met wensen vanuit de uitvoeringspraktijk die door het nieuwe contract afgedekt moeten worden.

De vraag “hoe krijgen we het voor elkaar” is het beste en het snelste te beantwoorden door het voorgaande bestek volledig uit te splitsen naar bestekelementen en per element te reflecteren welke aanvulling er nodig is ter voorkoming van de geconstateerde ergernissen en ter vervulling van de opgekomen wensen. Een hulpmiddel hierbij is om twee bestekstructuurvarianten uit te werken: de variant openbare aanbesteding en de variant niet-openbare aanbesteding, en hierbij nauwgezet te bepalen waar(in) de verschillen zitten, welke de consequenties zijn en of deze consequenties wel gewenst zijn.

Bij dit alles gaat het om de inhoudelijke benoeming van de bestekelementen zonder dat er overgegaan wordt op detailgegevens en/of specificaties. Bijvoorbeeld het thema ‘Verstrekking van basisgegevens’: worden relevante operationele gegevens van de huidige dienstverlening ter beschikking gesteld, zo ja: welke gegevens worden er verstrekt, zijn deze reeds beschikbaar en/of hoe worden ze geanonimiseerd; zo neen: hoe gaan wij om met de informatie-achterstand van nieuwe inschrijvers ten opzichte van de huidige dienstverlener, en hoe wapenen wij ons tegen juridische geschillen met betrekking tot dit aspect.

Wanneer alle bestekelementen de revue gepasseerd zijn, is redelijk duidelijk welke compilatie van bestekelementen invulling geven aan bestekstructuurvariant-1 resp. -2, welke soorten van gegevens nog ontbreken en welke bestekelementen beleidsmatig/politiek gevoelig liggen.

 

De tussenperiode wordt vervolgens gebruikt enerzijds om te analyseren of ontbrekende gegevens en informatie in principe verkrijgbaar zijn en anderzijds om nadere visies te verkrijgen met betrekking tot de beleidsmatig/politiek gevoelige thema’s.

 

Leitmotiv voor de tweede bijeenkomst is: presentatie van de bevindingen in de tussenperiode, keuze van de bestekstructuurvariant, vaststellen van de inhoudelijke begrenzing van de afzonderlijke bestekelementen en opstellen van het draaiboek ‘nadere uitwerking van de gekozen bestekstructuur’.

 

Het starten met een ‘structureringsworkshop’ heeft als grote voordeel dat er per bestekstructuurvariant een overzicht ontstaat over alle relevante bestekelementen, hun samenhangen en strijdigheden, en hun impact op het nagestreefde inkoopconcept. Op basis van dit overzicht kan vervolgens het bestek in hoog tempo nader in detail uitgewerkt worden zonder dat de onderlinge samenhang van de bestekelementen verloren of in onbalans raakt.

 

Theoretische fantasie?

Bovenstaande oogt wellicht als een theoretische fantasie. Zij is evenwel ontwikkeld en succesvol toegepast bij de rijksbrede aanbesteding van postale diensten. Anderzijds is met weinig moeite te constateren waar het bij andere grote aanbestedingen –vrijwel zeker door het ontbreken van een dergelijke structureringsworkshop- faliekant fout gaat of kan gaan: zie bovengenoemde ervaringen van de stuurgroep Regiotaxi Midden-Brabant en bijvoorbeeld de thans lopende rijksbrede aanbestedingen van blanco papier –onder regie van het Ministerie van Justitie- (zie onderstaande artikelen) en Grafische vormgeving en Drukwerk –onder regie van ‘voorziening tot samenwerking Politie Nederland’-. Het feit dat er gemiddeld genomen relatief weinig juridische bezwaren aangetekend worden is geenszins tekenend voor de kwaliteit van de gepubliceerde bestekken maar eerder voor de overtuiging van inschrijvend Nederland dat het juridisch aanvechten ‘zinloos en verloren geld is’.

 

Is een “Structureringsworkshop” iets voor U?

De meeste contracten hebben een looptijd tussen de 36 en 60 maanden. Bij omvangrijke en complexe aanbestedingen is het aan te bevelen om halverwege de contractperiode het huidige contract te evalueren en een impactanalyse te maken van de aanstaande aanbesteding. Voorkom problemen en maximaliseer uw contractopbrengst.

Heeft uw organisatie over 12-24 maanden een omvangrijke of complexe aanbesteding in de plannen staan? Informeer dan vrijblijvend naar de hierboven omschreven aanpak. Een succesvolle aanbesteding begint met een tijdige voorbereiding en oriëntatie over de aanpak.

Mail uw verzoek geheel vrijblijvend aan Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .

 

 

Artikelen (gepubliceerd op Aanbestedingsmakelaar.nl / zoekterm: Tabbers)

  • Ministerie van Justitie introduceert nieuw Uitsluitingscriterium bij aanbesteding …. zal het werken?
  • Pre-selectie via informatie-achterstand  …  een nieuwe vorm van subtiel (beïnvloeden van) aanbesteden?
  • “De papierprijzen zullen geïndexeerd worden m.b.v. CBS ProdCom 171``: worden inschrijvers hier vrolijk van?

 

 

Maximalisatie van de inschrijvingsconcurrentie

Artikel van SEPP'er John Tabbers inzake visie op Europese aanbestedingen.

 

EA_Maximalisatie_van_de_inschrijvingsconcurrentie_een_lippendienst.doc
 

Financieringsproblemen?………… Ga beter aanbesteden!!

Artikel van SEPP'er John Tabbers met als thema:  beter aanbesteden helpt financieringsproblemen te verzachten

 


 

Kopieerpapier: prijsstijgingen komen in zicht!

Kopieerpapier: prijsstijgingen komen in zicht!

door drs.John Tabbers te Waalre, adviseur niet-juridische aspecten van Europese aanbestedingen

 

 

Bij een aanbestedingsproject Kopieerpapier waar ik in 2008 bij betrokken was, werd een tariefaanpassingsmethodiek in het bestek opgenomen die gebaseerd was op de ontwikkeling van een samengestelde index die voor 80% bestond uit een pulp-/papier-gerelateerde index en voor 20% uit de consumenten prijsindex CPI(afgeleid). Daarbij was bepaald dat de aanvangstarieven na zes maanden voor het eerst aangepast zouden worden en vervolgens periodiek per aanvang van ieder kwartaal. Dit heeft geresulteerd in een tariefsverlaging van –29% per januari 2010 ten opzichte van het referentietarief direct voorafgaande aan de aanbesteding!

 

Reden om deze methodiek in het bestek op te nemen was de overtuiging van het aanbestedingsteam dat

  • het scherpste inschrijvingstarief verkregen zou worden wanneer zoveel mogelijk onzekerheden –die normaliter aanleiding geven tot (onzekerheids-)tariefopslagen- voor de inschrijver weggenomen zouden worden (waarbij de onzekerheid ten aanzien van de kostenontwikkelingen meestal de belangrijkste is);
  • het in overeenstemming was met de beginselen van maatschappelijk verantwoord aanbesteden om er voor te zorgen dat de marge die verondersteld wordt inbegrepen te zijn in het inschrijvingstarief, ook bij veranderende kostenontwikkelingen voor de inschrijver behouden zou blijven –naar mogelijkheid en op basis van overeengekomen, branche-eigen indices-.

 

Of deze benaderingswijze achteraf bezien voor aanbesteder beter is uitgepakt dan andere benaderingswijzen, op dat moment en in die marktomstandigheden, is moeilijk te zeggen want het aanbestedingsvolume werd niet gesplitst of parallel aanbesteed onder andere bestekcondities.

 

Het enige wat wij kunnen delen zijn de resultaten en de contractmanagement-ervaringen:

  • het directe aanbestedingsresultaat (kostenbesparing ten opzichte van referentietarieven in de direct voorafgaande tijdsperiode) bedroeg –17% bij een referentie-kostenniveau op jaarbasis van 0,7 mln excl. btw;
  • enkele maanden nadat het contract ingegaan was, begonnen zowel de pulp/papier-index als de CPI-index te dalen;
  • deze daling bedraagt per december 2009 voor de pulp/papier-index -22,6% en voor de CPI-index -3,9%; de samengestelde index betekent een tariefdaling van –14,9% aan het eind van een periode van 18 maanden;
  • deze toch relevante tariefdalingen zijn doorgevoerd zonder enige inhoudelijke discussie tussen de contractpartners.

 

Maar nu?

Vele papier-indices tonen ingaande januari 2010 de eerste tekenen van stabilisatie of stijging. Daarbij is het aantal index-patroonveranderingen te groot om het af te kunnen doen als incidenteel.

Persoonlijk ga ik er dan ook vanuit dat deze indices trendmatig verder kunnen stijgen.

 

Macro-economisch is dit wellicht een positief teken. Voor bovengenoemde aanbesteder betekent het evenwel een kostenstijging –althans een afname van het positieve verschil tussen de begroting en de voortschrijdende realiteit- terwijl het voor de inschrijver betekent dat zijn marge bij déze opdrachtgever zich redelijk veilig ontwikkelt terwijl het bij andere opdrachtgevers vrijwel zeker betekent dat zijn marge voorlopig gaat afnemen.

 

Waar in het algemeen stijgende kostenontwikkelingen in een situatie van laagconjunctuur zich vertalen in verdergaande marge-inkrimping mede omdat het verschijnsel ‘tariefaanpassingsmethodiek’ weinig verbreid is, kan deze ombuiging van kostenontwikkeling van grondstoffen voor de papier- en drukkerij-branche aanleiding geven tot een versnelling van de achteruitgang van financiële resultaten van leveranciers van kopieerpapier en van drukkerijen.

 

 

Conclusie

 

Een neergang van dienstverleners is niet in het belang van aanbesteders. Dit onderstreept dan ook dubbeldik het belang van maatschappelijk verantwoord aanbesteden, tot uitdrukking komend in het zorg dragen door aanbesteder –na afloop van een geducht robbertje tariefgevecht- voor het behoud van de overeengekomen marge bij dienstverlener!!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Besparen op kosten van postale diensten: nu of nooit?

Besparen op kosten van postale diensten: nu of nooit?

door drs.John Tabbers te Waalre, adviseur kwantitatieve aspecten van tenders en aanbestedingen

 

 

Het Financieel Dagblad van 9 februari 2010 vermeldde als visie van Ger Jacobs, commercieel directeur van TNT Post, dat “uiteindelijk ook zij (dwz de Gemeenten) zullen gaan splitsen”. Dit citaat werd geplaatst in het artikel “Gemeenten weren concurrenten TNT bij aanbesteding post”. 

In dit artikel stelt Thiemo van Spellen, commercieel manager van SANDD, dat opsplitsen van de postale goederenstroom wel degelijk lonend is. Ook Selektmail deelt deze visie.

 

Vraagpunt is dus niet óf besparingen mogelijk zijn maar slechts wannéér de mogelijke besparingen doorgevoerd zullen gaan worden. Dit betreft in wezen iedere post-aanbiedende organisatie, profit of non-profit, publiek of privaat. Juist nu in alle sectoren van de maatschappij de kosten beheerst en besparingen naar mogelijkheid gerealiseerd moeten gaan worden, is het zinvol om na te gaan welke stappen er gezet moeten worden om deze besparingen binnen handbereik te krijgen.

 

 

Stap 1: Ken uw postale goederenstroom

 

Op basis van de management informatie die vrijwel alle postbedrijven verstrekken, is het mogelijk om inzicht te verkrijgen in de postale goederenstroom van uw organisatie, gedetailleerd naar aantal aanbiedingen, aantal poststukken per aanbieding, gewicht, servicekader en kosten.

Deze feitelijke gegevens vormen de grondslag voor nadere analyse en voor de berekening van het besparingspotentieel.

 

Stap 2: Bepaal het besparingspotentieel

 

Grondslag voor de bepaling van het besparingspotentieel zijn die segmenten van uw postale goederenstroom die verzorgd zouden kunnen worden door andere postbedrijven dan de huidige. Immers, alleen ingeval er alternatieven voorhanden zijn, kan er sprake zijn van besparingen.

Zijn er geen alternatieven dan moet u lijdzaam de gefactureerde kosten aanvaarden: u heeft dan geen keus. Echter, vaker dan u denkt heeft u wel een keus! 

 

Zodra de postale segmenten bepaald zijn die mogelijkerwijs verschoven zouden kunnen worden naar een ander postbedrijf, kan het besparingspotentieel berekend worden op basis van indicatieve tarieffuncties die door verschillende postbedrijven voor dit doel aan ons ter beschikking gesteld zijn.

 

Stap 3: Bepaal het overgangstraject

 

Het realiseren van besparingen door het partieel overgaan op een ander postbedrijf betekent verandering en daarmee weerstand vanuit uw organisatie. Het is dan ook van belang dat er een realistisch overgangstraject opgesteld wordt waardoor u weet welk deel van de postale goederenstroom in welk tempo overgaat van het huidige postbedrijf naar een alternatief postbedrijf.

Dit moet resulteren in een gedetailleerde kwantificering naar aantallen poststukken, gewichten etc.

 

Stap 4: Rond de overeenkomst met het nieuwe postbedrijf af

 

Hierbij is belangrijk dat de gevraagde dienstverlening zorgvuldig gespecificeerd wordt. Dit ter vermijding van geschillen in de toekomst.

Verder zijn wij een groot voorstander van het opnemen van de volgende aspecten in de overeenkomst:

  • De duur van de overeenkomst moet zo lang mogelijk zijn en een korte vaste contractperiode omvatten naast een flexibele contractperiode gevormd door een aantal verlengingsopties.
  • De overeenkomst dient een procedure te omvatten ter bespreking en oplossing van operationele uitvoeringsproblemen en een zo goed mogelijke omschrijving van grenzen die ingeval van structurele overschrijding aanleiding kunnen geven om geen verder gebruik te maken van de verlengingsoptie.
  • Waar een overeengekomen tarief dekking omvat voor kosten, onzekerheden en winstopslag, dient de opdrachtgever de onzekerheden ten aanzien van volume-ontwikkelingen zoveel mogelijk weg te nemen –zowel voorafgaand als tijdens de overeenkomst- en de onzekerheden ten aanzien van het effekt van kostenveranderingen op de marge weg te nemen door een goede tariefaanpassingsmethodiek overeen te komen en deze snel en frequent van toepassing te laten zijn.

 

Naarmate bovengenoemde aspecten een wezenlijker onderdeel vormen van de af te sluiten overeenkomst, zal de uiteindelijk overeengekomen tariefstelling scherper zijn dan de indicatieve tariefstelling die gebruikt is om het besparingspotentieel te berekenen.

 

 

Conclusie

 

Alle landelijk werkende postbedrijven zijn van mening dat splitsing van de postale goederenstroom onvermijdelijk is. Deze visie delen zij vanuit hun inzicht in de onderlinge tariefstellingen en hun inschatting van de voordelen die voor postaanbiedende organisaties te behalen zouden zijn ingeval van verschuivingen.

 

Postaanbiedende organisaties die van mening zijn “dat je per saldo duurder uit bent” –zoals in bovengenoemd artikel verwoord door enkele gemeenten (klein, middelgroot en groot)- adviseren wij om de kosten die verbonden zijn aan hun postale goederenstroom meer in detail te bestuderen.

Alleen dan zullen zij ontdekken waar er –in termen van kostenbeheer en besparingen- sprake is van “gemakkelijk te plukken, laaghangend fruit”!

 

 

 

 

Maatschappelijk Verantwoord Aanbesteden: een Wensdroom??

Maatschappelijk Verantwoord Aanbesteden: een Wensdroom??

 

 

‘Maatschappelijk Verantwoord Aanbesteden’: een hele mond vol maar wat zou het zijn? Zou het een spiegelbeeld zijn van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen?

Wat dit laatste betreft is de overheid volop bezig met normstellingen en het opleggen van eisen. Zou dit omgekeerd ook gelden voor aanbestedingen?

 

Laten wij eens proberen om het meer concreet te maken aan de hand van een aantal stellingen, een beeld van de realiteit en enkele conclusies.

 

 

Stellingen

 

Organisaties die verplicht zijn om aan te besteden –overheidsorganisaties en organisaties die in ruime mate uit belastingmiddelen gefinancierd worden- dienen zorgvuldig met de beschikbare financieringsmiddelen om te gaan.

Deze zorgvuldigheidsplicht brengt met zich mee dat zij kwaliteit moeten inkopen tegen de laagste prijs. Dit vereist een gedetailleerde formulering van de besteksvoorwaarden met name betreffende specificaties en kwaliteitsvereisten en een minimale uitsluiting van potentiële inschrijvers. Aanbesteders dienen een maximale inschrijvingsconcurrentie na te streven omdat alleen dan voor de gevraagde kwaliteit een scherpe, marktconforme inschrijvingsprijs te verkrijgen valt waardoor bij beperkte financieringsmiddelen een maximaal resultaat behaald kan worden.

 

Waar een inschrijvingsprijs normaliter bestaat uit een dekking voor de kostprijs, opslagen voor risico’s zoals kostenontwikkelings- en volume-risico’s, en een winstmarge-opslag, verkrijgen aanbesteders lagere inschrijvingsprijzen naarmate de risico-opslagen kleiner kunnen zijn of achterwege gelaten kunnen worden.

Dit vereist dat aanbesteders enerzijds zo goed mogelijk detailinformatie moeten verstrekken omtrent de gevraagde goederen- of dienstenstroom en anderzijds door middel van een gemaximeerde, branche-gerelateerde tariefaanpassingsmethodiek er zorg voor moeten dragen dat naar mogelijkheid gedurende de overeengekomen contractperiode de winstmarge-opslag in stand gehouden wordt. Dit laatste kan gerealiseerd worden door de eerste tariefaanpassing relatief snel door te voeren in combinatie met frequente tariefaanpassingen nadien.

 

Een duurzame zakelijke overeenkomst kan nooit gebaseerd zijn op een situatie van eenzijdige voordelen voor een van beide partijen. Het zogenaamde afwentelen van risico’s door aanbesteders op het conto van inschrijvers is op termijn een illusie: óf de aanbesteder ontvangt een veel te hoge inschrijfprijs vanwege de inbegrepen risico-opslagen, óf  de inschrijver gaat allengs afwijkende kwaliteit leveren teneinde nog enige marge over te houden. Beide situaties pakken voor aanbesteders slecht uit.

 

Inschrijvers die kwalitatief zorgvuldig blijven leveren en qua prijsontwikkeling marktconform en binnen overeengekomen marges blijven, verdienen het om zo lang mogelijk te mogen blijven leveren. Van inschrijvers die niet zorgvuldig blijven leveren en/of qua prijsontwikkeling gaandeweg niet meer marktconform (wensen te) zijn, dient op redelijk korte termijn afscheid genomen te kunnen worden.

Wederzijdse scherpte in de aanbesteder-/inschrijver-relatie vereist dan ook enerzijds een regeling hoe en op welk nivo uitvoeringsproblemen besproken en opgelost zullen gaan worden en anderzijds een periodiek contractverlengingsmoment, bij voorkeur halfjaarlijks, en daarmee tevens een potentieel beëindigingsmoment.

 

 

De realiteit

 

De realiteit van aanbestedingen –althans voor Diensten en Leveringen, voorzover dit blijkt uit ‘Aanbestedingskalender’ en onderliggende bestekinformatie- wijkt hier nogal eens schril van af:

 

  • door gevraagde dienstverleningsaktiviteiten van verschillend karakter op te nemen in één perceel wordt op grond van de aanbestedingsspelregels de inschrijvingsmogelijkheid beperkt tot die inschrijvers die het gevraagde assortiment over de volle breedte kunnen leveren; dit verkleint de concurrentie en verhoogt de inschrijfprijs;
  • een alternatief is dat inschrijvers een combinatie vormen, veelal onder aanvoering van de organisatie met het grootste assortiment die als coördinator optreedt; niet alle deel-inschrijvers zijn hier gelukkig mee en de coördinator vraagt veelal een extra-marge; dit verhoogt de inschrijfprijs;
  • aanbesteders hebben de neiging om waar mogelijk de vraag van meerdere  aanbestedende partijen te bundelen waardoor het gevraagde volume aanzienlijk groter wordt; wanneer nu tezelfdertijd gevraagd blijft worden naar één uitvoerder die moet voldoen aan navenant verhoogde omzetcriteria, worden kleinere inschrijvers de facto uitgeschakeld; dit verkleint de inschrijvingsconcurrentie en verhoogt de inschrijfprijs;
  • stellen wij de totale contractperiode gelijk aan de som van de vaste contractperiode plus de variabele contractperiode op basis van een aantal optie-perioden, dan zien wij bij de meeste aanbestedingen een relatief lange vaste contractperiode binnen een al dan niet middelgrote totale  contractperiode; dit heeft als nadelen dat een relatief lange vaste contractperiode leidt tot een voortduren van het contract ingeval onvoldoende voldaan wordt aan de kwaliteitseisen en/of tot omvangrijke juridische kosten, terwijl een middelgrote totale contractperiode leidt tot een frequenter aanbesteden dan noodzakelijk zou zijn; in beide situaties zijn de totale kosten die gemoeid zijn met het voorbereiden van aanbestedingen, de gunningsprocedure en de fase van contractmanagement groter dan noodzakelijk;
  • wanneer aanbesteders kiezen voor het relatieve scoretoekenningsmodel in plaats van het absolute scoretoekenningsmodel –ongeacht of er nu gekozen wordt voor het gunningscriterium ‘laagste prijs’ of voor het gunningscriterium ‘economisch meest voordelige inschrijving (EMVI)’- dan wordt er moeilijker  voldaan aan de aanbestedingsbeginselen ‘transparantie’ en ‘objectiviteit’;

aanbesteders stellen zich hierdoor onnodig bloot aan juridische procedures en vermijdbare kosten.

 

 

Conclusies

 

In veel aanbestedingen wordt maximale inschrijvingsconcurrentie gefrustreerd door de wijze waarop het bestek gestructureerd is.

Als gevolg hiervan wordt met deze aanbestedingen zelden een marktconforme inschrijfprijs verkregen, worden er frequenter aanbestedingen gepubliceerd dan noodzakelijk is en zijn de interne voorbereidingskosten en externe kosten voor inkooptechnische en voor juridische adviezen onnodig hoog.

Dit gaat gepaard met verbolgen, bezwaar makende inschrijvers en tegenvallende aanbestedingsresultaten.

 

Al met al een situatie waar niemand blij mee is en waarvan het moeilijk voor te stellen is dat het zou passen in het beeld van ‘Maatschappelijk Verantwoord Aanbesteden’ bij afnemende financieringsruimte.

Er is dan ook nog een weg te gaan voordat aanbestedingen in ruime meerderheid ‘maatschappelijk verantwoord’ verklaard zullen worden!

 

drs.John Tabbers / Waalre, adviseur Europese aanbestedingen, februari 2010

 

AANBESTEDING POSTDIENSTEN DOOR GEMEENTEN: HOE JE HET NIET MOET DOEN!

AANBESTEDING POSTDIENSTEN DOOR GEMEENTEN: HOE JE HET NIET MOET DOEN!

door John Tabbers te Waalre, adviseur niet-juridische aspecten van Europese aanbestedingen

 

 

Op 14 januari j.l. publiceerde een middelgrote gemeente onder het trefwoord ‘Postbezorging’ een aanbesteding voor ‘distributie en bezorging van brieven en poststukken met bestemming binnenland en buitenland’. Aangegeven looptijd van de overeenkomst: 3 jaar. Verdeling in percelen: neen. Beoogd aantal uitvoerders: één. Tot zover de informatie van Aanbestedingskalender.

 

Deze aanbesteding gaat beslist lukken, in de zin dat er zeker één inschrijver zal aanbieden maar dan ook niet meer dan één. Vervolgens zal de betreffende gemeente naar inschatting 3 jaar lang in volle tevredenheid 20% meer betalen voor de totale postale dienstverlening dan heden ten dage noodzakelijk is. Hoezo inkrimpende gemeentelijke budgetten en noodzaak tot doelmatigheid??

 

Bovenstaande statements baseren wij op het volgende:

 

  • Ingaande april 2009 is de Nederlandse postmarkt geliberaliseerd. Dit betekent dat naast de traditionele postbezorger intreders in de postmarkt hun werk mogen doen voor poststukken in de gewichtsrange van 1 tot 50 gram. Dit betekent niet dat deze intreders een identiek dienstenassortiment aanbieden maar wel dat zij een dienstenassortiment aanbieden dat een beperkt deel van de behoefte van aanbesteder op een goede wijze zou kunnen afdekken.  Stel dat dit beperkte deel 20% van de postale goederenstroom van aanbesteder betreft.

 

  • Het verschil in dienstverleningsassortiment komt tot uitdrukking in zogenaamde servicekaders. Servicekaders waar vandaag-de-dag sprake is van concurrentie zijn de volgende:
  1. bestelling van gecodeerde partijen- en bulkpost, 2x per week bezorgd, aanleveren tot 3 werkdagen voor een vaste bezorgronde, en
  2. bestelling van gecodeerde partijen- en bulkpost, 2x per week bezorgd, aanleveren tot 2 werkdagen voor een vaste bezorgdag.

 

  • Traditioneel wordt veel post ongecodeerd aangeleverd. In overleg met dienstverlener is evenwel een deel van de poststroom goed te coderen, zeker dat gedeelte dat semi-geautomatiseerd aangemaakt wordt. De implementatie vergt enige aanpassing en gewenning maar is goed te doen.

 

  • Aanbesteder verkrijgt een scherpe inschrijving wanneer hij oog heeft voor maximalisatie van de inschrijvingsconcurrentie per perceel. In dit geval is er geen sprake van indeling in percelen en wordt concurrentie op percelen uitgesloten. Dit heeft als gevolg dat alleen een inschrijver zal aanbieden die het postale assortiment in de volle breedte kan aanbieden, zowel met betrekking tot onderdelen waar in principe concurrentie aanwezig is als met betrekking tot onderdelen waarin geen concurrentie aanwezig is.

Of dit zal resulteren in een concurrerend prijsnivo, laat zich raden.

 

  • De aanbesteding Post2009 die onlangs afgerond is –een aanbesteding ten behoeve van Rijksoverheid en circa 190 deelnemende diensten- laat zien dat er binnen concurrentiepercelen prijzen geoffreerd worden binnen een bandbreedte van 100% tot 40%.

Door af te zien van structurering van de aanbesteding naar percelen sluit aanbesteder bewust of onbewust de mogelijkheid van inschrijvingsconcurrentie uit, niet alleen met betrekking tot de concurrentie binnen eenzelfde perceel maar ook met betrekking tot de potentiële verschuiving tussen percelen. Deze verschuiving is bijvoorbeeld gebaseerd op bundeling van losse post tot partijenpost > 1.000 stuks.

 

Wanneer wij er vanuit gaan dat 20% van de postale goederenstroom van de aanbestedende gemeente theoretisch uitgevoerd zou kunnen worden door een concurrerende aanbieder en dat het prijsnivo van deze aanbieder –mits er sprake is van gecodeerde post- circa 60% lager ligt, dan betekent dit dat aanbesteder afziet van directe aanbestedingsresultaten van 12% van de totale jaarlijkse postale kosten. Daarenboven ziet aanbesteder af van indirecte aanbestedingsresultaten in de zin van een aanscherping van het totale tariefnivo door alle aanbieders in samenhang met de aanwezigheid van inschrijvingsconcurrentie en de mogelijkheid van verschuiving door aanbesteder van een deel van de postale goederenstroom van percelen zonder inschrijvingsconcurrentie naar percelen met inschrijvingsconcurrentie.

Het effect van beide verschijnselen samen ramen wij –wanneer het gaat over kleinere volumina- op 20% á 30% van de totale postale kosten per jaar.

 

  • Aanbesteder geeft aan een raamovereenkomst aan te willen gaan met een looptijd van 3 jaar. Ergo, de gemiste aanbestedingsresultaten op jaarbasis kunnen met 3 vermenigvuldigd worden voordat de gelegenheid tot herbezinning zich zal voordoen. Tenzij aanbesteder gebruikt maakt van de uitspraak van Rechtbank Haarlem d.d. 6 augustus 2009 die inhoudt dat een aanbestedende dienst de aanbestedingsprocedure mag annuleren en aanpassen vóór sluiting van de inschrijvingstermijn (zie PIANOo, 14 januari 2010).

 

 

KONKLUSIE

 

Het is aan te bevelen dat aanbesteders inschrijvingsconcurrentie nastreven. Hiertoe dienen zij met name de niet-juridische aspecten van aanbestedingen zorgvuldig te optimaliseren.

Directe plus indirecte aanbestedingsresultaten in de orde van grootte van 20% tot 30% van de referentie-kosten behoren wat betreft de postale dienstverlening tot de mogelijkheden mits de aanbesteding zorgvuldig voorbereid en gestructureerd wordt.

Met betrekking tot andere dienstverleningssoorten in de facilitaire sfeer beschikt auteur over voorbeelden die resulteerden in aanbestedingsresultaten van gemiddeld 40%.

 

TER INFORMATIE

Met betrekking tot de aanbesteding van postale dienstverlening ligt een omvangrijke bron van kennis bij Categoriemanagement Post, per adres Belastingdienst CFD, Tiberdreef, Utrecht/Overvecht en bij Inkoopadviesgroep te Amsterdam.

 

 

 

 

 

WIRA

Robert Mares  2010_WIRA_wet_implementatie_rechtsbeschermingsrichtlijnen_aanbesteden.pdf
 

Info over LinkedIn goed gebruiken en Succesvol netwerken

Robert Mares Succesvol_netwerken.pdf van Jan Vermeiren
 
Meer artikelen...

Nieuwe opdrachten

Deel deze pagina
Inloggen leden
Inloggen voor leden voor toegang tot de volledige database.
Linked in